ECLI:NL:RBDHA:2024:6955
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht afgewezen
De eiser, een Somalische vreemdeling, is op 24 maart 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring beoordeeld vanaf het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek, waarbij de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden.
Eiser voerde aan dat zijn geestelijke gezondheid verslechterde door de naderende overdracht aan Duitsland en dat verweerder onvoldoende rekening hield met zijn situatie. Hij stelde dat een lichter middel dan bewaring passend zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de grondslag voor de bewaring onverminderd aanwezig is, dat de overdracht binnen de wettelijke termijn gepland staat en dat de opname in een psychiatrische kliniek niet betekent dat een lichter middel noodzakelijk is.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet detentieongeschikt is en dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.