ECLI:NL:RBDHA:2024:6996
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, van Guinese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt dit beroep op basis van de aangevoerde gronden en de Europese regelgeving.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag aannemen dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen nakomt. Hoewel er problemen zijn met de opvang in Frankrijk, zijn deze niet structureel en ernstig genoeg om een reëel risico op schending van mensenrechten te rechtvaardigen. De stelling van eiseres dat zij en haar minderjarige dochter mogelijk op straat belanden is onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast is het belang van de minderjarige dochter meegewogen. De rechtbank stelt dat het welzijn van het kind nauw verbonden is met dat van de ouder en dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Het feit dat de vader van het kind in Nederland is, leidt niet tot een uitzondering. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit van de staatssecretaris in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.