ECLI:NL:RBDHA:2024:6997

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 mei 2024
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
NL24.14408
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin-verordening verblijfsvergunning

Verzoeker, een Guinese nationaliteit houdende asielzoeker, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen op grond van de Dublin-verordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van de asielaanvraag.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.

Omdat de rechtbank op dezelfde dag al uitspraak heeft gedaan op het beroep zelf, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank al uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.14408

[naam], eiseres,

geboren op [geboortedatum]
van Guinese nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. W. Volkers),
mede namens haar minderjarige dochter,

[naam],

geboren op [geboortedatum],
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 3 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Bij uitspraak van vandaag (zaaknummer NL24.14407), heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.