ECLI:NL:RBDHA:2024:6997
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin-verordening verblijfsvergunning
Verzoeker, een Guinese nationaliteit houdende asielzoeker, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen op grond van de Dublin-verordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van de asielaanvraag.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag al uitspraak heeft gedaan op het beroep zelf, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank al uitspraak heeft gedaan op het beroep.