ECLI:NL:RBDHA:2024:7038

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 mei 2024
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
NL24.575
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EU) nr. 604/2013Richtlijn 2013/32/EURichtlijn 2011/95/EU
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak over erkenning vluchtelingenstatus binnen Europees Asielsysteem

De rechtbank Den Haag heeft op 2 mei 2024 een hersteluitspraak gedaan naar aanleiding van een technische fout in de uitspraak van 17 april 2024. In de oorspronkelijke uitspraak was een deel van rechtsoverweging 9 weggevallen, waardoor de tekst incompleet aan partijen was gezonden. De volledige tekst was wel gepubliceerd op de website van de rechtspraak.

In de hersteluitspraak is rechtsoverweging 9 volledig opgenomen. Hierin oordeelt de rechtbank dat noch de Dublinverordening, noch de Procedurerichtlijn, noch de Kwalificatierichtlijn lidstaten verplicht om een vluchtelingenstatus te erkennen die een andere lidstaat heeft toegekend zonder zelf een inhoudelijk onderzoek te verrichten. Dit volgt uit de systematiek van het gezamenlijk Europees Asielsysteem (GEAS).

De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De hersteluitspraak verduidelijkt de rechtspositie van asielzoekers en de verplichtingen van lidstaten binnen het Europese kader.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de technische fout en bevestigt dat lidstaten niet verplicht zijn de vluchtelingenstatus van een andere lidstaat automatisch te erkennen zonder eigen inhoudelijk onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.575-H

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. W. Epema).

Overwegingen

Gebleken is dat in de uitspraak van 17 april 2024 door een technische fout een deel van de tekst is weggevallen. Rechtsoverweging 9 is slechts ten dele opgenomen in de uitspraak die aan partijen is gezonden. De volledige tekst van de uitspraak is wel gepubliceerd op de website van de rechtspraak. [1] De rechtbank wenst de omissie op navolgende wijze te herstellen.

Beslissing

Rechtsoverweging 9 luidt als volgt:
De rechtbank oordeelt dat niets in de Dublinverordening, [2] de Procedurerichtlijn [3] of de Kwalificatierichtlijn [4] erop wijst dat de lidstaten verplicht zijn een persoon de vluchtelingenstatus toe te kennen uitsluitend omdat een andere lidstaat hem die status al heeft toegekend. Het volgt uit de systematiek van het gezamenlijk Europees Asielsysteem (GEAS) dat een lidstaat niet verplicht is om de internationale bescherming te erkennen, zonder zelf een inhoudelijk onderzoek uit te voeren.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:RBDHA:2024:5879, publicatiedatum 23 april 2024.
2.Verordening (EU) nr. 604/2013.
3.Richtlijn 2013/32/EU.
4.Richtlijn 2011/95/EU.