ECLI:NL:RBDHA:2024:7101
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij vertrek asielzoeker
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
Tijdens de zitting op 2 april 2024 bleek dat eiser sinds circa 20 maart 2024 met onbekende bestemming was vertrokken (MOB). De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer te hebben met eiser en niet te weten waar hij verblijft. Het laatste contact dateerde van 18 of 19 maart 2024, en een brief aan eiser was onbestelbaar retour gekomen.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen procesbelang meer heeft, omdat hij geen verblijfadres meer heeft opgegeven en geen contact onderhoudt terwijl de procedure nog loopt. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat vertrek zonder contact impliceert dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelde zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.