ECLI:NL:RBDHA:2024:7105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf, welke door de staatssecretaris op 16 augustus 2022 werd afgewezen. Eiseres maakte bezwaar op 18 oktober 2022, ruim na de wettelijke termijn van vier weken na bekendmaking van het besluit. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
De gemachtigde van eiseres stelde dat het primaire besluit niet was ontvangen en verwees naar problemen bij PostNL, maar kon geen concrete feiten aanvoeren om het ontvangstvermoeden te ontzenuwen. De rechtbank stelde vast dat het besluit op het juiste adres was verzonden en aannemelijk kort na 17 augustus 2022 was ontvangen.
Daarom was het bezwaar uiterlijk op 14 september 2022 ingediend moeten zijn. Omdat dit niet het geval was en er geen verschoonbare omstandigheden waren, oordeelde de rechtbank dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Het beroep tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard, zonder terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het beroep ongegrond verklaard.