ECLI:NL:RBDHA:2024:7137
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 8 maart 2024 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had eerder op 4 maart 2024 het eerste beroep behandeld en nu op 7 mei 2024 het vervolgberoep.
De rechtbank beoordeelde of de maatregel sinds 26 maart 2024 rechtmatig was. Eiser stelde dat het zicht op uitzetting binnen redelijke termijn ontbrak, mede omdat hij onder dwang behandeld wordt in het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht en onduidelijk is wanneer hij weer aanspreekbaar is. De rechtbank stelde vast dat meerdere pogingen om vertrekgesprekken te voeren mislukten omdat eiser niet aanspreekbaar was door zijn psychische toestand.
De staatssecretaris kon geen duidelijkheid geven over het tijdstip waarop eiser weer aanspreekbaar zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn de maatregel onrechtmatig maakt. De maatregel werd per 7 mei 2024 opgeheven en een schadevergoeding van €200 toegekend voor twee dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Daarnaast werden proceskosten van €1.750 aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring opgeheven en een schadevergoeding van €200 toegekend.