ECLI:NL:RBDHA:2024:7288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Eiser stelde dat op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen, omdat hij mishandeld zou zijn door Bulgaarse autoriteiten en geen adequate opvang kreeg.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht geen gebruik heeft gemaakt van de discretionaire bevoegdheid om de aanvraag toch in behandeling te nemen. Eiser heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd en er is geen bewijs dat hij niet terug kan naar Bulgarije. De medische documenten en eerdere klachten bij Bulgaarse autoriteiten boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken en het arrest X van het Europese Hof, maar concludeert dat deze niet vergelijkbaar zijn met de huidige zaak. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.