ECLI:NL:RBDHA:2024:4128
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens PTSS en bijzondere omstandigheden
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende asielaanvragen in Bulgarije, Duitsland en Nederland in. Nederland nam zijn aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn. Eiser stelde dat Bulgarije zijn verplichtingen niet nakomt en dat hij PTSS heeft opgelopen door pushbacks en detentie in Bulgarije.
De rechtbank volgt de eerdere overwegingen van de Afdeling bestuursrechtspraak dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Bulgarije, tenzij sprake is van een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. Eiser gaf geen nieuwe systeemfouten aan, maar onderbouwde wel zijn PTSS met een medische verklaring.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de bijzondere, individuele omstandigheden van eiser, waaronder zijn PTSS en traumatische ervaringen in Bulgarije, geen reden zijn om zijn aanvraag toch in behandeling te nemen op grond van artikel 17, eerste lid, Dublinverordening. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.