ECLI:NL:RBDHA:2024:7323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overname alimentatieschuld in kader Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser, aangemerkt als gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire, verzocht om overname van zijn alimentatieschuld van €59.250 aan zijn ex-partner op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Belastingdienst/Toeslagen weigerde deze overname omdat de schuld niet voldeed aan de vereisten van de Wht, met name omdat niet was gebleken dat de alimentatie daadwerkelijk was opgeëist en de schuld mogelijk verjaard was.
De rechtbank stelde vast dat eiser en zijn ex-partner een gezamenlijke verklaring hadden overgelegd waarin stond dat eiser vanaf 1 juli 2009 geen alimentatie meer betaalde, maar deze verklaring was niet met objectief bewijs onderbouwd. De ex-partner had aangegeven dat de vordering was ontstaan op 13 februari 2007. Eiser had verklaard dat hij in goed overleg met zijn ex-partner was overeengekomen de alimentatie niet meer te betalen, waardoor hij incassomaatregelen voorkwam.
De rechtbank overwoog dat de regeling van de Wht is bedoeld om opeisbare betalingsachterstanden over te nemen en gedupeerden te beschermen tegen incassomaatregelen. Omdat eiser door de afspraak met zijn ex-partner niet voor de peildatum 1 juni 2021 met incassomaatregelen werd geconfronteerd, voldeed de schuld niet aan het doel van de regeling. Ook de latere betalingsafspraken na de peildatum veranderden hier niets aan.
De rechtbank concludeerde dat de minister van Financiën terecht de overname van de alimentatieschuld heeft geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond. Het betaalde griffierecht werd aan eiser terugbetaald wegens toepassing van artikel 6:22 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de overname van de alimentatieschuld wordt geweigerd.