Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris,
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 29 augustus 2023 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde hiertegen beroep in onder zaaknummer NL24.508. Vervolgens verzond de staatssecretaris op 16 januari 2024 een kennisgeving voortduren bewaring aan de rechtbank, die gelijkgesteld werd met een nieuw beroep namens eiser, geregistreerd onder het onderhavige zaaknummer.
De rechtbank behandelde beide beroepen gelijktijdig op 19 januari 2024 via telehoren. Eiser verscheen vanuit het detentiecentrum, zijn gemachtigde en tolk waren aanwezig in Groningen, en de staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Na sluiting van het onderzoek oordeelde de rechtbank dat de kennisgeving onnodig was omdat eiser reeds een beroep had ingesteld en dat het eerdere beroep inhoudelijk was beoordeeld.
Daarom ontbrak het aan een procesbelang voor het tweede beroep en verklaarde de rechtbank dit niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.