Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2024 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
Inleiding
,haar gemachtigde en de gemachtigde van verweerder.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, bekend met chronische psychiatrische problematiek en hoofdpijnklachten, vroeg in 2020 een Wajong-uitkering aan die werd afgewezen omdat zij volgens een verzekeringsarts geen duurzaam arbeidsongeschikt was. Na een herzieningsverzoek in 2022 en aanvullend onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige in 2023, bleef het UWV bij de afwijzing.
De rechtbank beoordeelde of eiseres op haar achttiende verjaardag en in de daaropvolgende vijf jaar (de Amberperiode) arbeidsvermogen had. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat eiseres in staat was om ten minste vier uur per dag belastbaar te zijn en een uur aaneengesloten te werken, mede gebaseerd op haar behaalde Vwo-diploma en werkervaring bij een supermarkt.
Eiseres voerde aan dat haar diploma met hulp van haar moeder tot stand kwam en dat haar klachten toenamen, maar de rechtbank achtte deze stellingen onvoldoende onderbouwd. De medische en arbeidskundige rapporten voldeden aan de vereisten van zorgvuldigheid en consistentie.
De rechtbank concludeerde dat eiseres arbeidsvermogen had en dat het beroep ongegrond was. Zij kreeg geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres arbeidsvermogen had op haar achttiende verjaardag en gedurende de Amberperiode.