ECLI:NL:RBDHA:2024:7625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat verweerder niet tijdig had beslist en dat de verlenging van de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2023/3 niet geldig was.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting hadden gevraagd. De rechtbank overwoog dat een ingebrekestelling schriftelijk moet worden gedaan en dat pas na het verstrijken van twee weken na deze ingebrekestelling beroep kan worden ingesteld.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden op grond van WBV 2023/3 geldig was vanwege de situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet. Omdat eiser zijn aanvraag op 22 augustus 2023 had ingediend, viel deze onder de verlengde beslistermijn tot 22 november 2024. De ingebrekestelling van 26 februari 2024 was daardoor te vroeg ingediend.
Hierdoor was niet voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.