ECLI:NL:RBDHA:2024:7627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen vooraf geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de toepassing van het besluit WBV 2023/3, dat de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Eiser betwist dat de verlenging rechtsgeldig is en stelt dat de ingebrekestelling niet prematuur is ingediend.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024, waarin is vastgesteld dat de verlenging terecht is toegepast. Omdat eiser zijn aanvraag op 5 mei 2023 heeft ingediend, geldt de verlengde beslistermijn tot 5 augustus 2024. De ingebrekestelling van 1 maart 2024 is daarom te vroeg. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb en wordt het niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier A.C. Kampschuur op 21 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend binnen de verlengde beslistermijn.