Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Litouwse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 25 april 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde dat de maatregel disproportioneel en onevenredig bezwarend was en dat de staatssecretaris had moeten volstaan met een lichter middel. Tevens voerde hij aan dat de informatieplicht bij oplegging niet was nageleefd.
De rechtbank constateerde een schending van de informatieplicht uit artikel 5.3, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, maar oordeelde dat dit gebrek niet tot onrechtmatigheid leidde omdat de belangen van de bewaring in redelijke verhouding stonden tot het gebrek. De gronden voor de bewaring, waaronder het risico op ontduiking van toezicht en het niet naleven van vertrekverplichtingen, werden niet betwist en werden door de rechtbank als gegrond beoordeeld.
De rechtbank overwoog dat er geen andere doeltreffende en minder dwingende maatregelen beschikbaar waren gezien het concrete geval. Ook het feit dat eiser kort voor de bewaring in strafrechtelijke detentie verbleef, maakte de maatregel niet disproportioneel. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.