ECLI:NL:RVS:2024:57
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bewaring vreemdeling wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 6 september 2023 een Iraanse vreemdeling in bewaring nadat deze niet was verschenen op een vordering om zich te melden. De rechtbank Den Haag had op 20 september 2023 geoordeeld dat de bewaring onvoldoende was gemotiveerd, omdat niet was toegelicht waarom niet met een lichter middel kon worden volstaan, en had de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het feit dat de vreemdeling een dag eerder niet in bewaring was gesteld, niet betekent dat op 6 september 2023 geen bewaring kon worden toegepast. De staatssecretaris had terecht betrokken dat de vreemdeling zeven EURODAC-treffers had en recent aan Duitsland was overgedragen, en dat er geen bijzondere persoonlijke omstandigheden waren die een lichter middel rechtvaardigden.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden. De bewaring werd daarmee geacht rechtmatig te zijn genomen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.