ECLI:NL:RBDHA:2024:7692
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de toepassing van WBV 2023/3, waardoor de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden is verlengd. Eiser betwist dat de verlenging rechtsgeldig is omdat volgens hem niet voldaan is aan de voorwaarden van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie voor verlenging aanwezig was. Omdat eiser zijn aanvraag op 9 juni 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde beslistermijn tot 9 september 2024. De ingebrekestelling van 7 februari 2024 was daarom te vroeg en het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend vanwege de verlengde beslistermijn.