ECLI:NL:RBDHA:2024:7722
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
Verzoekster, mede namens haar minderjarige kinderen, had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank op 30 april 2024 reeds uitspraak had gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.5233), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is afgewezen.