ECLI:NL:RBDHA:2024:7740
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 12 februari 2024 is afgewezen als ongegrond. Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Verzoeker heeft daarnaast een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter om het bestreden besluit voorlopig te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Op 30 april 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het ingestelde beroep (zaaknummer NL24.5231), waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, en is definitief; tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.