ECLI:NL:RBDHA:2024:7825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregelen
Eiser, een vreemdeling van Egyptische nationaliteit, werd meerdere malen negatief in beeld gebracht bij het COa vanwege agressief gedrag en overtreding van huisregels. Na een ernstig incident op 31 oktober 2023, waarbij eiser verbale en fysieke agressie vertoonde tegenover COa-medewerkers en schade veroorzaakte, besloot het COa hem te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen. De staatssecretaris legde daarnaast vrijheidsbeperkende maatregelen op op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser heeft tegen deze besluiten beroep ingesteld. De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het incident anders is verlopen dan vastgelegd. De rechtbank oordeelde dat de HTL-plaatsing proportioneel is en dat het COa voldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser. Tevens werd geoordeeld dat de vrijheidsbeperking niet neerkomt op onrechtmatige vrijheidsontneming, mede omdat eiser de HTL vrijwillig kon verlaten.
Ten aanzien van de vermeende schending van artikelen 3 en 8 EVRM stelde de rechtbank dat eerdere rapporten en beleidsreacties geen aanleiding geven tot het oordeel dat de opvang in de HTL onrechtmatig is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregelen worden ongegrond verklaard.