ECLI:NL:RBDHA:2024:7827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing in Handhavings- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperking vreemdeling
De vreemdeling verbleef sinds augustus 2023 in opvang bij het COa en veroorzaakte meerdere incidenten, waaronder fysieke en verbale agressie, zelfdestructief gedrag en een brandstichting die een levensbedreigende situatie veroorzaakte. Het COa besloot hem daarom op 11 maart 2024 en 30 maart 2024 te plaatsen in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en de staatssecretaris legde hem vrijheidsbeperkende maatregelen op.
De vreemdeling betwistte het incident en stelde dat de maatregelen disproportioneel zijn, mede omdat hij zelf slachtoffer was van mishandeling en psychische nood had. De rechtbank oordeelde dat de bestuursrechtelijke bewijslast anders is dan in het strafrecht en dat de door het COa geschetste feiten voldoende zijn onderbouwd. De plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperking zijn volgens de rechtbank proportioneel en niet in strijd met artikel 5 EVRM Pro, mede omdat de vreemdeling de HTL vrijwillig kon verlaten.
De rechtbank wees ook het betoog af dat de psychische problematiek de gedragingen rechtvaardigt, aangezien deze niet met objectieve medische stukken was onderbouwd. De beroepen tegen de besluiten werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de plaatsing in de HTL en vrijheidsbeperking ongegrond.