ECLI:NL:RBDHA:2024:7842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor Turkse geestelijk bedienaar wegens niet voldoen aan inburgeringsvereiste
Eiseres, een Turkse geestelijk bedienaar die in Nederland als imam wil werken, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De afwijzing was gebaseerd op het niet slagen voor het inburgeringsexamen in het buitenland, een vereiste dat sinds 1 januari 2022 opnieuw geldt voor Turkse nieuwkomers.
De rechtbank beoordeelde of deze maatregel in overeenstemming is met het associatierecht tussen de EU en Turkije, met name de standstill-bepalingen die nieuwe beperkingen op de toegang tot werkgelegenheid verbieden. De maatregel werd getoetst aan recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU, die stelt dat dergelijke beperkingen gerechtvaardigd kunnen zijn indien zij een dwingende reden van algemeen belang dienen en geschikt, noodzakelijk en evenredig zijn.
De rechtbank oordeelde dat het inburgeringsvereiste een dwingende reden van algemeen belang dient, namelijk het bevorderen van integratie. De maatregel is geschikt en evenredig, mede omdat het studiemateriaal kosteloos beschikbaar is, het slagingspercentage hoog is, en er mogelijkheden voor ontheffing bestaan. Eiseres bracht onvoldoende bewijs dat de maatregel voor haar persoonlijk onevenredig is. Ook het beroep op discriminatieverboden werd verworpen, aangezien de maatregel niet onrechtmatig onderscheid maakt.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het terugvorderen van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan het inburgeringsexamen is ongegrond verklaard.