ECLI:NL:RBDHA:2024:7850
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing aanvraag vreemdelingenrecht
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 20 december 2023 is afgewezen. Tegen deze afwijzing maakte verzoekster bezwaar, maar de staatssecretaris handhaafde het besluit op 19 januari 2024. Verzoekster stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, waarbij zij tevens een voorlopige voorziening aanvroeg om het besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in het hoofdberoep van verzoekster, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd geanonimiseerd gepubliceerd en partijen ontvingen een afschrift.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.