ECLI:NL:RBDHA:2024:7898
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser diende op 4 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder vroeg op 14 november 2022 Italië om overname van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. Italië accepteerde dit fictief op 15 januari 2023. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 26 april 2023 dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt vanwege opvangproblemen.
Vanaf dat moment was verweerder verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag. Echter, een besluit van 27 september 2022 verlengde de beslistermijn met negen maanden, waardoor de termijn nog niet verstreken was toen eiser op 1 maart 2024 een ingebrekestelling indiende. Deze ingebrekestelling was daarom prematuur.
Omdat de ingebrekestelling niet aan de wettelijke voorwaarden voldeed, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.