ECLI:NL:RBDHA:2024:7923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van ongeloofwaardigheid homoseksuele geaardheid en vervolgingsrisico
Eiser, een Iraakse man die in 2018 asiel aanvroeg in Nederland vanwege zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Irak, kreeg zijn aanvraag in 2021 afgewezen. De rechtbank had deze afwijzing in eerste aanleg bevestigd, maar de hoogste bestuursrechter vernietigde dit vonnis en verwees de zaak terug voor inhoudelijke herbeoordeling.
Bij de herbeoordeling oordeelt de rechtbank dat verweerder de ongeloofwaardigheid van de seksuele geaardheid van eiser en de geclaimde problemen in Irak terecht heeft vastgesteld. De rechtbank weegt onder meer mee dat eiser summier en tegenstrijdig heeft verklaard over zijn bewustwordingsproces, relaties en kennis van de lhbti-gemeenschap. Ook de verklaringen over zijn relaties met verschillende personen zijn vaag en onvolledig.
De rechtbank volgt de werkinstructie 2019/17 en stelt dat verweerder een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt. De aangevoerde schriftelijke verklaringen en contacten met het COC zijn onvoldoende om de geaardheid aannemelijk te maken. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het terugkeerbesluit blijft van kracht.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van de homoseksuele geaardheid en vervolgingsrisico.