ECLI:NL:RVS:2023:3898
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing in zaak verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 7 oktober 2021 de aanvraag van een vreemdeling uit Irak om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde dat hij homoseksueel is en daarom gevaar loopt bij terugkeer naar Irak. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 24 mei 2022 ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd had waarom de beroepsgronden die hij aanvoerde niet afdoen aan het standpunt van de staatssecretaris. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de rechtbank niet voldeed aan artikel 8:69, eerste lid, van de Awb door niet inzichtelijk te maken waarom de beroepsgronden van de vreemdeling zijn verworpen.
Daarom vernietigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbehandeling, waarbij de rechtbank het oordeel van de Afdeling in acht moet nemen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling met inachtneming van de motiveringsplicht.