ECLI:NL:RBDHA:2024:7985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Compromis en vergrijpboete bij fiscale correctie winstuitdeling woningverkoop aan zoon
Eiser, eigenaar van een holding en moedermaatschappij van een vastgoedbedrijf, verkocht in 2017 een woning en garage aan zijn zoon tegen een lagere prijs dan de economische waarde. Verweerder legde een aanslag inkomstenbelasting op met correcties voor winstuitdeling en een vergrijpboete wegens (voorwaardelijke) opzet.
Partijen spraken op 5 oktober 2020 een compromis af over de fiscale correctie, maar verweerder trok dit later in wegens dwaling over de woningoppervlakte. De rechtbank oordeelt dat het compromis tot stand is gekomen, maar vernietigbaar is wegens dwaling, omdat eiser onjuiste informatie gaf over de woninggrootte.
De rechtbank bevestigt dat de correcties op de winstuitdeling terecht zijn, gezien de bewustheid van de vermogensverschuiving en het ontbreken van een onafhankelijke taxatie. De vergrijpboete wordt gegrond verklaard maar gematigd van €79.905 naar €35.000 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Eiser krijgt een vergoeding van immateriële schade wegens de lange procedure en een gedeeltelijke proceskostenvergoeding. De uitspraak vervangt het vernietigde deel van de uitspraak op bezwaar en bevestigt de fiscale correcties en boetemaatregel.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de boete, die wordt verminderd tot €35.000, en eiser krijgt vergoeding voor immateriële schade en proceskosten.