ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetes wegens buitenlandse bankrekeningen bij KB-Luxbank
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd aan belanghebbende wegens het niet opgeven van buitenlandse bankrekeningen bij de KB-Luxbank. De inspecteur baseerde zich op microfiches uit het gerechtelijk dossier van KB-Luxbank en gebruikte een schattingsmethode op basis van gegevens van meewerkende belastingplichtigen. Belanghebbende ontkende het bezit van een dergelijke rekening, maar het hof achtte de identificatiemethode van de inspecteur voldoende betrouwbaar.
De inspecteur had belanghebbende herhaaldelijk verzocht om gegevens en inlichtingen te verstrekken, maar deze voldeed niet aan die verplichtingen, waardoor artikel 27e AWR van toepassing werd verklaard. De schatting van de verzwegen inkomsten werd als redelijk beoordeeld, behalve de toepassing van een factor 1,5 die het hof buiten beschouwing liet wegens onvoldoende onderbouwing. De boete werd passend geacht, maar met 40% verminderd vanwege de onzekerheidsmarge en overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof oordeelde verder dat de inspecteur niet verplicht was om meer stukken te overleggen dan reeds gedaan, mede vanwege privacybescherming en gewichtige redenen. Belanghebbende slaagde er niet in overtuigend aan te tonen dat de aanslagen onjuist waren. De beroepen werden gegrond verklaard voor zover de aanslagen en boetes werden verminderd tot door het hof vastgestelde bedragen, en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende rekeninghouder was bij KB-Luxbank en vermindert navorderingsaanslagen en boetes wegens onvoldoende medewerking en termijnoverschrijding.