ECLI:NL:RBDHA:2024:7991
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens overdracht aan Kroatië op grond van Dublinverordening
Eisers hebben asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris niet in behandeling zijn genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Kroatië volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië geldt, ondanks de door eisers aangevoerde pushbacks en slechte behandeling.
De staatssecretaris heeft het bestreden besluit genomen zonder toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, omdat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die een overdracht aan Kroatië als onevenredige hardheid doen gelden. Eisers stelden dat zij en hun minderjarige kind in Kroatië zijn teruggeduwd, mishandeld en zonder adequate medische zorg zijn achtergelaten.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom deze omstandigheden niet leiden tot een onverplichte behandeling van de aanvragen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing en de eerdere uitspraak waarin dit werd bevestigd is niet bestreden. De beroepen worden ongegrond verklaard en de staatssecretaris mag de asielaanvragen terecht niet in behandeling nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvragen terecht niet in behandeling zijn genomen vanwege overdracht aan Kroatië.