ECLI:NL:RBDHA:2024:8059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken beroepsgronden na intrekking besluit tijdelijke bescherming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot beëindiging van zijn recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG. De rechtbank heeft eiser meerdere malen verzocht om de gronden van het beroep aan te vullen, maar eiser heeft niet gereageerd.
Verweerder heeft het bestreden besluit op 26 februari 2024 ingetrokken en aan eiser gevraagd het beroep in te trekken, waarop geen reactie volgde. De rechtbank constateert dat eiser geen inhoudelijk belang meer heeft bij het voortzetten van het beroep en dat er geen verontschuldiging is voor het ontbreken van beroepsgronden.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het beroep niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en intrekking van het bestreden besluit.