ECLI:NL:RBDHA:2024:5415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.F.Th. de Roos
- M.L. Weerkamp
- M.J. Schouw
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen ingetrokken beëindigingsbesluit tijdelijke bescherming
Eiser, met de Indiase nationaliteit en tijdelijk beschermd op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, stelde beroep in tegen het beëindigingsbesluit van 3 juli 2023, waarin zijn tijdelijke bescherming per 4 september 2023 zou eindigen. De voorzieningenrechter schortte dit besluit op 1 september 2023, waarna het onderzoek werd aangehouden in afwachting van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Op 6 februari 2024 trok de staatssecretaris het beëindigingsbesluit in en informeerde eiser per brief dat hij tot 4 maart 2024 onder tijdelijke bescherming viel en een nieuw terugkeerbesluit zou ontvangen. Eiser handhaafde zijn beroep, dat op 20 maart 2024 werd behandeld. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het ingetrokken besluit geen belang meer heeft en dat de brief van 8 februari 2024 geen besluit is in de zin van de Awb, zodat deze niet in de procedure kan worden betrokken.
Verder stelde de rechtbank dat het terugkeerbesluit van 7 maart 2024 geen wijziging of vervanging van het beëindigingsbesluit is en daarom ook niet in deze procedure kan worden betrokken. Gelet op het ontbreken van belang verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken omdat de staatssecretaris reeds een vergoeding had aangeboden.
Uitkomst: Het beroep tegen het ingetrokken beëindigingsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.