Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres 1] , [v-nummer 1] , eiseres 1,
mede namens hun minderjarige kinderen
V-nummers respectievelijk: [v-nummer 3] en [v-nummer 4] , en
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin met de Egyptische nationaliteit en koptisch christelijke achtergrond, vreesden terugkeer naar Egypte vanwege eerdere incidenten van discriminatie en geweld, alsmede het risico op gedwongen besnijdenis van hun dochters. Zij stelden dat zij in een dorp buiten de grote steden wonen waar het risico op vervolging en besnijdenis hoger is.
De staatssecretaris wees de asielaanvragen af omdat volgens hem geen sprake is van een reëel risico op vervolging of ernstige schade, mede gelet op de positie van koptisch christenen in Egypte en het feit dat vrouwenbesnijdenis strafbaar is en actief wordt bestreden. De rechtbank oordeelde dat de besluiten zorgvuldig en deugdelijk zijn gemotiveerd en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij afwijken van het algemene beeld dat koptisch christenen in Egypte geen systematische vervolging ondervinden.
Ook het risico op gedwongen besnijdenis werd door de rechtbank niet als reëel beoordeeld, mede omdat beide ouders niet willen dat hun dochters besneden worden en zij in Nederland een bewustwordingsproces hebben doorgemaakt. De rechtbank concludeerde dat de belangen van de minderjarige kinderen het opleggen van de terugkeerbesluiten niet in de weg staan en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielverzoeken af wegens het ontbreken van een reëel risico op vervolging of ernstige schade.