Eiser, een Gambiaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van vervolgingsgevaar vanwege deelname aan demonstraties, een incident met zijn stiefmoeder en zijn homoseksuele gerichtheid. De staatssecretaris wees het verzoek af en de rechtbank bevestigt deze afwijzing.
De rechtbank oordeelt dat het risico op vervolging wegens deelname aan demonstraties niet aannemelijk is, mede omdat de voormalige president Jammeh sinds 2017 niet meer aan de macht is en demonstratierecht is hersteld. Het incident met de stiefmoeder betreft een privésituatie zonder vluchtelingenrechtelijke relevantie. De homoseksuele gerichtheid wordt door de rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld vanwege wisselende verklaringen, late aanvoering als asielmotief en onvoldoende ondersteunend bewijs.
De rechtbank concludeert dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade of vervolging en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter D.C. Laagland op 16 april 2024.