ECLI:NL:RBDHA:2024:8255
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank Den Haag heeft op 8 mei 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had de aanvraag niet in behandeling genomen omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet op België van toepassing is vanwege tekortkomingen in de opvang van alleenstaande meerderjarige mannen en zijn persoonlijke ervaringen van gebrek aan opvang en medische zorg. De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een fundamentele systeemfout die de hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt.
Daarnaast stelde eiser dat zijn gezondheid ernstig is verslechterd door zijn verblijf in België en dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden vanwege zijn drie minderjarige kinderen in Nederland. De rechtbank vond dat eiser dit niet voldoende onderbouwde en dat de belangen van de kinderen niet onevenredig worden geschaad door overdracht aan België.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter P.J.M. Mol.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.