ECLI:NL:RBDHA:2024:827

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 januari 2024
Publicatiedatum
25 januari 2024
Zaaknummer
AWB 23/12695
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij MVV-besluit

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar tegen het niet verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV). De rechtbank heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is, waarbij het betalen van het griffierecht een vereiste is.

De griffier heeft eiseres op 3 november 2023 schriftelijk gewezen op de verplichting om het griffierecht van €184 binnen twee weken te voldoen. Eiseres heeft dit niet gedaan en heeft ook geen verontschuldiging voor het niet betalen gegeven. De rechtbank oordeelt daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

De rechtbank beoordeelt het beroep niet inhoudelijk en verklaart het niet-ontvankelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand. Er volgt geen proceskostenveroordeling. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/12695

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit Rotterdam, eiseres

V-nummer: [vnummer]
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Inleiding

1 Eiseres heeft tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar om een
machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) beroep ingesteld.
1.1
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
2. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 184,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft eiseres het griffierecht tijdig betaald?
3. De griffier heeft eiseres bij brief van 3 november 2023 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen twee weken moet zijn voldaan.
4. Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
5. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.