ECLI:NL:RBDHA:2024:8270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen opvolgende asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseert dit op de Dublinverordening, die bepaalt dat een lidstaat een asielaanvraag niet in behandeling neemt als een andere lidstaat verantwoordelijk is. In dit geval is Kroatië verantwoordelijk.
Eiser stelde dat hij ten onrechte niet is gehoord en dat relevante informatie over mishandelingen door Kroatische autoriteiten niet is meegewogen. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris terecht heeft afgezien van een nieuw gehoor, omdat alle relevante informatie al bekend was uit eerdere procedures, waarin deze mishandelingen ook zijn meegewogen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt dat Kroatië verantwoordelijk blijft voor de behandeling van de asielaanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 3 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.