ECLI:NL:RBDHA:2024:2147
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en Kroatië als verantwoordelijke lidstaat
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser behandeld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden vanwege zijn negatieve ervaringen in Kroatië, waaronder onterechte detentie, gebrek aan medische zorg en slechte opvangomstandigheden. De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU opleveren.
De rechtbank concludeerde dat de persoonlijke ervaringen van eiser onvoldoende zijn om een bijzondere omstandigheid aan te nemen die overdracht aan Kroatië onevenredig hard maakt. De staatssecretaris heeft de situatie van eiser meegewogen en voldoende gemotiveerd waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet van toepassing is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.