ECLI:NL:RBDHA:2024:828

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 januari 2024
Publicatiedatum
25 januari 2024
Zaaknummer
AWB 23-11293
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij MVV-procedure

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar tegen de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV). De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.

De reden voor niet-ontvankelijkheid is dat eiseres het griffierecht van €184,- niet binnen de gestelde termijn heeft betaald. De griffier had eiseres bij brief van 7 november 2023 gewezen op de verplichting tot betaling binnen twee weken. Eiseres heeft geen verontschuldiging voor het niet betalen gegeven.

De rechtbank concludeert dat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is, verklaart het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt het bestreden besluit niet inhoudelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/11293

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eisers], eiseres

geboren op [geboortedatum],
van Marokkaanse nationaliteit,
V-nummer: [vnummer]
en mede namens haar minderjarig kind

[eisers],

geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [vnummer]
(gemachtigde: H. de Jong),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Inleiding

1 Eiseres heeft tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar om een
machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) beroep ingesteld.
1.1
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
2. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 184,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft eiseres het griffierecht tijdig betaald?
De griffier heeft eiseres bij brief van 7 november 2023 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen twee weken moet zijn voldaan.
3. Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
4. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.