ECLI:NL:RBDHA:2024:8302
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag van 31 januari 2024 niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 16 mei 2024 behandeld. Eiser stelde dat Kroatië niet langer kan worden vertrouwd vanwege de zorgelijke situatie rond opvangfaciliteiten, onderbouwd met een rapport van Border Violence Monitoring Network van 25 september 2023. Tevens voerde hij aan dat de staatssecretaris ten onrechte geen toepassing gaf aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening en dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in dit geval van toepassing blijft, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin Kroatië wordt bevestigd als verantwoordelijke lidstaat die Dublinclaimanten opvangt en asielprocedures toelaat. Het aangehaalde rapport biedt geen bewijs dat Dublinclaimanten zonder onderdak op straat komen. Daarnaast zijn geen bijzondere individuele omstandigheden aangevoerd die een overdracht naar Kroatië van onevenredige hardheid maken of indirect refoulement veroorzaken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit van de staatssecretaris in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A. de Gooijer op 30 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.