ECLI:NL:RBDHA:2024:8319
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is, omdat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een structurele tekortkoming in de opvang of asielprocedure in Duitsland die overdracht zou verbieden.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie en het AIDA-rapport 2022, waarin geen ander beeld van de situatie in Duitsland naar voren komt dan eerder. Ook is niet gebleken dat eiser persoonlijk in Duitsland opvang zal worden onthouden. Daarnaast is niet voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is.