ECLI:NL:RBDHA:2024:8330
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoekers, Moldavische staatsburgers, hadden een verzoek ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had hun aanvragen niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoekers stelden beroep in tegen deze besluiten en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde de verzoeken op 27 mei 2024 samen met andere gerelateerde zaken.
De voorzieningenrechter overwoog dat vanwege de gelijktijdige uitspraak van de rechtbank over het beroep op dezelfde dag, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan op het beroep.