ECLI:NL:RBDHA:2024:8386

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 mei 2024
Publicatiedatum
31 mei 2024
Zaaknummer
10535531 MB VERZ 23-20489
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
HR 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:492
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kantonrechter vernietigt beslissing officier van justitie over verkeersboete na ongegronde wraking

Betrokkene kreeg een verkeersboete van €109,- opgelegd en stelde daartegen administratief beroep in bij de officier van justitie, die dit beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaarde. Betrokkene ging hiertegen in beroep bij de kantonrechter. Tijdens de eerste zitting werd de kantonrechter door de gemachtigde van betrokkene gewraakt, wat leidde tot schorsing van het onderzoek. De wrakingskamer verklaarde het verzoek deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.

Bij de tweede zitting was de gemachtigde afwezig, maar de zaak werd voortgezet. De officier van justitie stelde dat het administratief beroep terecht niet-ontvankelijk was verklaard vanwege een afwijkend adres op de machtiging. De kantonrechter oordeelde echter dat de machtiging toereikend was en dat het administratief beroep ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard.

De kantonrechter stelde vast dat de gedraging waarop de boete betrekking heeft, voldoende concreet en duidelijk is vastgesteld in het zaakoverzicht. Betrokkene was op 10 december 2021 staande gehouden, en hoewel de redelijke termijn van twee jaar op 10 december 2023 was verstreken, werd de overschrijding met minder dan een maand geconstateerd. Volgens de kantonrechter volstaat een constatering van de overschrijding zonder verdere sancties.

De kantonrechter verklaarde het kantonberoep gegrond, vernietigde de beslissing van de officier van justitie en verklaarde het administratief beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De verkeersboete blijft in stand; het administratief beroep was ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag
CJIB-nummer: [nummer]
Registratienummer team straf: 10535531 MB VERZ 23-20489
Uitspraakdatum : 29 mei 2024
Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [plaats]
[adres] , nader ook te noemen: betrokkene
Gemachtigde: mr. B. de Jong (Skandara)

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zitting was op 20 december 2023 in Gouda. De gemachtigde en de vertegenwoordiger van de officier van justitie (vertegenwoordiger) waren er. Bij die gelegenheid heeft de gemachtigde de kantonrechter gewraakt. Het onderzoek is vervolgens geschorst. Het proces-verbaal van die zitting wordt hier herhaald en ingelast.
Bij beslissing van 26 februari 2024 heeft de wrakingskamer van deze rechtbank het verzoek deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard.
De tweede zitting was op 23 mei 2024 in Den Haag. De gemachtigde was er niet, maar wel correct opgeroepen. De vertegenwoordiger was er wel. De zaak is voortgezet in de stand van het geding.

Overwegingen

Verkeersboete
Het gaat om een bedrag van € 109,- (inclusief administratiekosten) voor feitcode K150C.
Gronden en standpunten
De gemachtigde heeft verschillende beroepsgronden aangevoerd:
  • De officier van justitie heeft het administratief beroep ten-onrechte niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een deugdelijke machtiging;
  • Betrokkene heeft de gedraging niet verricht;
  • De redelijke termijn is overschreden.
Ter zitting heeft de vertegenwoordiger zich op het standpunt gesteld dat het adres op de machtiging afwijkt van het woonadres van betrokkene. Daarom is het administratief beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Bij een inhoudelijke afdoening van de zaak voert de vertegenwoordiger aan dat uit het zaakoverzicht duidelijk blijkt dat de gedraging is verricht. Verder is de redelijke termijn overschreden. Dit moet leiden tot matiging van de verkeersboete met 25%. De vertegenwoordiger verzet zich wel tegen toekenning van een proceskostenvergoeding. Er is geen sprake van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
Oordeel
De kantonrechter acht de machtiging voldoende toereikend. Het enkele gegeven dat het daarop vermelde adres niet overeenkomt met het woonadres van betrokkene is geen reden om aan de deugdelijkheid van de machtiging te twijfelen. De officier van justitie heeft het administratief beroep ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De beroepsgrond slaagt.
De kantonrechter oordeelt als volgt over de gronden tegen de verkeersboete.
In het zaakoverzicht zit een verklaring van een verbalisant. Die verklaring is voldoende duidelijk en concreet. De kantonrechter is van oordeel dat de gedraging is verricht. Zie ECLI:NL:GHARL:2023:6445. De beroepsgrond slaagt niet.
Betrokkene is op 10 december 2021 staande gehouden. De redelijke termijn van twee jaar is toen aangevangen en op 10 december 2023 geëindigd. De eerste zitting was op 20 december 2023. De kantonrechter had toen mondeling uitspraak kunnen doen, maar de gemachtigde heeft hem toen – vruchteloos – gewraakt. Dat vervolgens een tweede zitting moest worden ingepland, komt voor rekening en risico van betrokkene. De kantonrechter gaat er dus van uit dat de redelijke termijn met 10 dagen is overschreden. Hij is van oordeel dat kan worden volstaan met de constatering dat daarvan sprake is. De overschrijding van de redelijke termijn bedraagt namelijk minder dan 1 maand. De kantonrechter vindt voor dit oordeel steun in het arrest van de Hoge Raad van 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:492, onder 3.2. De beroepsgrond slaagt niet.
Het kantonberoep is gegrond. De beslissing van de officier van justitie moet worden vernietigd. Het administratief beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het kantonberoep gegrond;
  • vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
  • verklaart het administratief beroep ongegrond.
Dit is de uitspraak van mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, kantonrechter, bijgestaan door
S.S.J. Hausil, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.