ECLI:NL:RBDHA:2024:8398
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging geslachtsnaam minderjarige wegens bijzondere omstandigheden en familie-eenheid
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot verbetering van de geboorteakte van een minderjarige, waarbij de geslachtsnaam gewijzigd moest worden van de achternaam van de moeder naar die van de vader. Dit verzoek kwam voort uit een discrepantie tussen de gekozen naam bij erkenning en de vastgestelde naam bij een Koninklijk Besluit in 2015.
De ouders hebben vier kinderen; het oudste kind werd erkend met de achternaam van de vader, maar bij naturalisatie werd de achternaam van de moeder vastgesteld. De ambtenaar ontdekte dat dit in strijd was met het BW-artikel dat voorschrijft dat kinderen van dezelfde ouders dezelfde geslachtsnaam moeten dragen als het eerste kind. Ouders wilden echter dat alle kinderen de achternaam van de vader dragen, wat volgens hun cultuur en traditie belangrijk is.
De rechtbank oordeelde dat de wijziging van de achternaam van het oudste kind zonder instemming van de vader in strijd is met het recht op privé- en gezinsleven zoals verankerd in artikel 8 EVRM Pro. Daarom werd het verzoek van de moeder toegewezen om de geslachtsnaam van het oudste kind te wijzigen naar die van de vader. Het verzoek tot wijziging van de naam van het tweede kind werd afgewezen omdat deze volgt uit de naam van het eerste kind. Proceskosten werden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: De geslachtsnaam van het oudste kind wordt gewijzigd naar de achternaam van de vader.