ECLI:NL:RBDHA:2024:8412
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering zonder lichamelijk onderzoek bevestigd door rechtbank
Eiseres was sinds 2017 werkzaam als assistent accountmanager en kreeg een Ziektewetuitkering na ziekmelding in 2019 vanwege een ernstige depressie. Na herstel werd haar uitkering beëindigd en kreeg zij een WW-uitkering. In 2021 meldde zij zich opnieuw ziek en werd zij psychisch onderzocht door verzekeringsartsen die concludeerden dat zij geschikt was voor bepaalde functies zonder urenbeperking.
Eiseres voerde aan dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2020 onvoldoende waren en dat de verzekeringsarts in bezwaar onzorgvuldig had gehandeld door geen lichamelijk onderzoek te verrichten en geen deskundige in te schakelen. Tevens stelde zij dat haar vermoeidheidsklachten een urenbeperking rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere rapportages uit 2020 juridisch vaststaan en niet in deze procedure ter discussie kunnen worden gesteld. Het onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep was zorgvuldig en gemotiveerd, waarbij geen lichamelijk onderzoek nodig werd geacht. De gestelde vermoeidheidsklachten konden niet worden onderbouwd met objectieve medische gegevens. De rechtbank concludeerde dat eiseres geschikt is voor de geduide functies en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.