ECLI:NL:RBDHA:2024:8447
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Zweden
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag. De staatssecretaris baseert dit op een claimakkoord waarbij Zweden de verantwoordelijkheid heeft aanvaard.
De rechtbank oordeelt dat het voornemen tot niet in behandeling nemen zorgvuldig is genomen en dat eiseres voldoende gelegenheid heeft gehad om haar zienswijze kenbaar te maken. De stelling dat Italië verantwoordelijk zou zijn wordt verworpen, mede omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk in Italië verbleef, terwijl Zweden bevestigde dat zij daar meer dan vijf maanden verbleef.
Verder wordt het beroep verworpen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zou gelden vanwege vermeende tekortkomingen in het Zweedse asiel- en opvangsysteem. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat eiseres bij overdracht aan Zweden een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
Ook de medische omstandigheden van eiseres leiden niet tot een ander oordeel, aangezien niet is gebleken dat passende medische zorg in Zweden ontbreekt of dat overdracht een onomkeerbare achteruitgang van haar gezondheidstoestand zou veroorzaken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag terecht buiten behandeling is gesteld en dat overdracht aan Zweden kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft buiten behandeling omdat Zweden verantwoordelijk is.