ECLI:NL:RBDHA:2024:8555

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2024
Publicatiedatum
4 juni 2024
Zaaknummer
24.7512
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 4:17 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser diende op 23 februari 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en werd op 31 oktober 2022 toegelaten tot de nationale procedure. Na het uitblijven van een beslissing stelde eiser de staatssecretaris op 11 februari 2024 in gebreke. De staatssecretaris bevestigde de ontvangst van deze ingebrekestelling op 13 februari 2024.

Eiser diende vervolgens op 27 februari 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank beoordeelde dit beroep aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met name de artikelen 6:2, 6:12 en 8:54. Volgens de Awb kan een beroep tegen het niet tijdig beslissen pas worden ingediend nadat twee weken zijn verstreken na ontvangst van de ingebrekestelling door het bestuursorgaan.

De rechtbank stelde vast dat de termijn van twee weken op 14 februari 2024 begon en op 28 februari 2024 zou eindigen. Omdat het beroep op 27 februari 2024 werd ingediend, was het prematuur en voldoet het niet aan de vereisten. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.7512

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],
van Nigeriaanse nationaliteit,
v-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Procesverloop

Eiser heeft op 23 februari 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Op 31 oktober 2022 is eiser toegelaten tot de nationale procedure.
Bij brief van 11 februari 2024 heeft eiser de staatssecretaris in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Bij brief van 14 februari 2024 heeft de staatssecretaris eiser laten weten eisers ingebrekestelling op 13 februari 2024 te hebben ontvangen. Eiser heeft vervolgens op 27 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser bij brief van 11 februari 2024 aan de staatssecretaris heeft meegedeeld dat hij in gebreke is tijdig een beslissing te nemen op de aanvraag van 23 februari 2022 waarvoor eiser op 31 oktober 2022 is toegelaten tot de nationale procedure. Op grond van artikel 4:17, derde lid van de Awb vangt de termijn van twee weken als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid van de Awb aan één dag na ontvangst van de ingebrekestelling, in de situatie van eiser op 14 februari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn daarom is verstreken op 28 februari 2024. Eiser heeft het beroepschrift ingediend op 27 februari 2024. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, omdat het beroep prematuur is ingediend.
6. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.