ECLI:NL:RBDHA:2024:8574
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2024 behandeld en beoordeelt dat de beroepsgronden onvoldoende zijn om het besluit te vernietigen. Eiser stelt dat Kroatië zich niet houdt aan zijn verdragsverplichtingen, vreest voor pushbacks en onmenselijke behandeling, en verwijst naar eerdere jurisprudentie en rapporten. De staatssecretaris stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat Kroatië opvang en een zorgvuldige procedure biedt.
De rechtbank volgt de Afdelingsuitspraak van 13 september 2023 en oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Kroatië die een risico vormen op onmenselijke of vernederende behandeling. Ook is niet gebleken dat klagen bij Kroatische autoriteiten zinloos is. De beroepsgronden falen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
De afwijzing van de aanvraag blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.