ECLI:NL:RBDHA:2024:8576
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging dwangsominvordering wegens ontbreken hoorplicht
Eiser had een dakopbouw gerealiseerd zonder omgevingsvergunning, waarna verweerder een dwangsom van € 2.500,- invorderde. Eiser stelde dat hij een aanvraag tot legalisatie had ingediend en dat verweerder hem ten onrechte niet had gehoord voorafgaand aan het besluit tot invordering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder inderdaad had verzuimd eiser te horen voorafgaand aan het primaire besluit en ook niet in de bezwaarfase had gecorrigeerd. Dit schending van de hoorplicht leidde tot vernietiging van het bestreden besluit. Hoewel eiser stelde niet te kunnen betalen, werden geen bijzondere omstandigheden aangetoond die invordering in de weg stonden.
De rechtbank besloot daarom de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, hetgeen betekent dat eiser de dwangsom moet betalen, met de mogelijkheid tot een betalingsregeling. Verweerder moet het griffierecht aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en eiser moet de dwangsom betalen.