ECLI:NL:RVS:2021:1905
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging invorderingsbesluit dwangsom wegens bijzondere omstandigheden en disproportionaliteit
Appellanten zijn eigenaren van een woning in Gorinchem die zij verhuurden aan een organisatie voor arbeidsmigranten. Het college legde hen een last onder dwangsom op wegens overtredingen van brandveiligheidsvoorschriften uit het Bouwbesluit 2012, waaronder het ontbreken van een gekeurd blustoestel, schriftelijke bevestiging van keuring elektriciteit, melding brandveilig gebruik en rookmelders.
Ondanks gedeeltelijke nakoming binnen de gestelde termijn, werden de overtredingen niet volledig tijdig beëindigd, waarna het college besloot tot invordering van een dwangsom van € 10.000. Appellanten voerden aan dat zij afhankelijk waren van derden, dat zij zich inspanden om de overtredingen te beëindigen, en dat het college zich excessief formalistisch opstelde. Ook voerden zij een vertrouwensbeginsel en financiële draagkracht aan.
De rechtbank wees het beroep af, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de bijzondere omstandigheden onvoldoende had meegewogen, met name de gedeeltelijke nakoming en de inspanningen van appellanten. Het college had moeten beoordelen of invordering geheel of gedeeltelijk achterwege kon blijven. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het besluit voorlopig geschorst. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot invordering van de dwangsom wordt vernietigd en geschorst, met een nieuwe besluitvorming door het college.