Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had een machtiging tot voorlopig verblijf aangevraagd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Na een besluit op bezwaar trok verzoeker het verzoek tot voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De voorzieningenrechter overwoog dat vergoeding van proceskosten alleen mogelijk is indien het bestuursorgaan aan het verzoek tegemoet is gekomen door het oorspronkelijke besluit onrechtmatig te achten.
De staatssecretaris had het primaire besluit herroepen, maar ontkende onrechtmatigheid. De vergunning werd verleend met ingang van 24 maart 2024, nadat was aangetoond dat verzoeker aan de voorwaarden voldeed. Er was geen onrechtmatigheid toe te rekenen aan de staatssecretaris en dus geen tegemoetkomen in de zin van de wet. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door het bestuursorgaan.